Uncategorized

Gekochte dagen: Hoofdstuk 3

lazarus3

 

3

Die maandagmiddag zitten er 4 zombies aan onze gewoonlijke lunchtafel.
Zombie nummer vijf, Alvador, komt de groep vervolledigen wanneer hij aanschuift met een kantinedienblad waarop hij een bord balanceert dat net-niet overloopt van frieten onder een lauwe, onidentificeerbare prut. Vol-au-vent, misschien?
Ik ben dankbaar voor mijn broodje tonijnsla van thuis, al kan ik nu ook niet echt zeggen dat het me bijster goed smaakt vandaag.

Na ons avontuur van zaterdagnacht zijn we allemaal een beetje van slag. Zelfs Milly, die doorgaans alles – gaande van gedumpt worden door de gast die ze de dag ervoor nog als ‘the one’ beschreef tot een buiscijfer voor haar tentamens – van zich af kan schudden, is merkbaar in zichzelf gekeerd terwijl ze aan haar soep slurpt.
Gek genoeg heeft niemand het er nog verder over gehad nadat we één voor één thuis werden afgezet door onze chauffeur van dienst, die zo ongeveer alle verkeersregels aan haar laars lapte terwijl we wegvluchtten van het Lazarushuis.
Bijna denk ik dat we zo’n zwijgpact gaan sluiten als in ‘I Know What You Did Last Summer’ nu we hier allemaal tesamen aan tafel zitten, maar uiteindelijk is er helemaal niets gebeurd, dus misschien zou dat wat overdreven zijn.
Oké, we bevonden ons op privéterrein en zijn betrapt geweest, maar verder dan wat bladergeritsel, een lichaamloze stem en een flits die alleen ik gezien heb, was er niets aan de hand. Jep, niets aan het handje.
Waarom heb ik de afgelopen twee nachten dan geen oog dichtgedaan, en zien de anderen er al net even vermoeid uit als mij? Waarom rept niemand er met een woord over?

Ik veronderstel dat het gewoon de mogelijkheid is dat er niet één Lazarus, maar een heel gezin in ons verder nogal doodse dorpje woont, die ons nogal kriegel maakt. Bijna gniffel ik – deels door het slaapgebrek – bij mij eigen verwoording: nou ja, in een ‘doods dorpje’ voelen Lazarussers zich natuurlijk prima thuis.
“Zeg, Delani”, doorbreekt Alvador als eerste de stilte tussen twee happen van zijn kantineprut. “Jij hebt mijn stiefvader z’n nachtkijker nog als ik me niet vergis. Heb je ‘m bij? Woensdag komen de Vleermuisfanaten weer thuis langs om onze dure borrelnootjes op te eten en dan gaat Dirk zeker merken dat er eentje uit zijn collectie mist.”
Ik stop halverwege het kauwproces en staar hem aan als een hert in de koplampen, halfvermalen tonijnsla en brood als een tennisbal in mijn mond: shit, die stomme nachtkijker! Ik heb hem natuurlijk laten vallen toen …
Ik herinner me die flits weer en slik mijn mond leeg.
Shitshitshit … Dat ding is veel geld waard. Meer dan ik op m’n bureau in de schildpadvormige spaarpot heb steken van mijn vakantiejob in de Superette, alleszins.
“Ik euh …” Lieg, fluistert een stemmetje in een uithoek van mijn gedachten. Je kan erom teruggaan – het is een poging waard, tenminste, in plaats van meteen 400 euro af te dokken. “Ja, inderdaad, die heb ik nog. Sorry Alv, ik zal ‘m morgen meebrengen, hij ligt nog thuis.”
“Goed dan, maar morgen moet ik ‘m echt hebben. Niet vergeten, oké?”
“Oké oké”, zwaai ik zijn serieuze toon weg met de rest van mijn tonijnbroodje vooraleer een nogal overmoedig grote hap te nemen.
Tijdens het kauwen denk ik na: hoe groot is de kans dat de nachtkijker er nog ligt?
Dat een willekeurige voorbijganger hem heeft meegegrist kan ik me niet voorstellen, tenzij die dan even onscrupuleus ten op zichte van in andermans tuin rondneuzen – en stelen – staat als ons. En als alle gezinsleden inderdaad Lazarussers zijn, kunnen ze door de dag normaalgezien niet buitenkomen, en hebben zij ‘m dus wellicht ook nog niet gevonden. Een tuinman, dat zou nog kunnen …  Of de eigenaar van die waaierige, mysterieuze stem … Ik ril.
Milly vraagt net iets over de wiskundetoets die we het uur voor de middagpauze gemaakt hebben, wanneer we plots gezelschap krijgen en ik niet langer kan stilstaan bij de vermiste nachtkijker.
Alle hoop dat Alvador zijn grote mond gaat houden verdwijnt als sneeuw voor de zon bij haar aankomst.
Ik voel het verhaal van onze nachtelijke excursie en dat van z’n broer – intussen haast tot urban legend-status verheven– weer op het puntje van zijn tong liggen, in een poging tot indruk maken op Annabel, een mooi mulatmeisje met een zalig afrokapsel waar Milly al van het derde leerjaar jaloers op is.
Met haar blonde, steile haar en typisch laaglands bleke sproetenhuidje is mijn beste vriendin zo ongeveer het rechtstreekse tegenovergestelde van de exotische Annabel. Dorian is al jaren verliefd op haar, ondanks het feit dat de helft van ons jaar denkt dat hij homo is.
“Zeg eens op, is het echt waar dat jullie de vermeende Lazarussers zijn gaan bezoeken?” vraagt ze met nieuwsgierige pretlichtjes in haar chocoladekleurige ogen.
“De middelbare schooltamtam heeft weer goed gewerkt dit weekend”, merk ik op terwijl ik nog een hapje neem, meer voor de show dan voor honger, want eigenlijk krijg ik geen hap meer door m’n keel – stomme, stomme ik om die peperdure nachtkijker te vergeten!
Annabel waggelt haar wenkbrauwen naar mij en zegt: “Je weet dat ik als geen ander de tamtam bespeel, Delani. En alle geheimen die me bereiken, bewaar ik in mijn haar.”
Ik grinnik met volle mond terwijl ze met haar afrokapsel schudt; ik heb Annabel altijd al gemogen, al zou Milly me dat niet in dank afnemen als ze het wist.
“Wel, de tamtam heeft gelijk”, blaast Alvador zijn borst alvast op. Hij schuift zijn dienblad weg om genoeg plaats te hebben om z’n verhaal te presenteren met de nodige dramatische flair. “Ken je het verhaal van deze Lazarussers al?”
“Neen, maar volgens mijn bronnen” – ze schudt nog eens met haar haar ter illustratie – “is het de grootste Lazarusfamilie in de Benelux. Waar of niet waar?”
“Waar”, bevestigt Alvador glunderend, alsof het een persoonlijke prestatie van hem is.
“Ach Alv, man, zwans zo niet. We zijn dan wel naar hun huis gegaan, maar we hebben niets gezien dat bevestigt of ontkent dat ze Lazarussers zijn”, nuanceert Ty nuchtertjes.
Het is al aan hem te horen dat hij binnen enkele maanden Rechten gaat studeren: onschuldig tot de onschuld bewezen is, of in dit geval levend tot ondoodheid bewezen is.
“Zelfs niet die …” levert Dorian stilletjes aan, maar een collectieve blik van de hele groep legt hem snel het zwijgen op. We gaan het echt niet hebben over die stem en verder weet niemand van de schaduwman en de flits.
Zou dat tellen als verder bewijs voor de Lazarustheorie? Zou iemand me geloven als ik er nu nog mee afkom, of zouden ze denken dat ik wanhopig snak naar mijn 15 minutes of fame vooraleer mijn middelbareschoolcarrière erop zit?
“Whatever, Ty”, wappert Annabel haar hand naar hem, Dorian compleet negerend tot diens zichtbare teleurstelling. Arme jongen. “Ik ben hier voor een sappig verhaal, oké? Begin bij het begin en laat geen detail achterwege, oké?”
We kijken Alvador allemaal veelbetekenend aan: zou hij vertellen hoe hij als een broekschijter is weggerend toen de zesde stem zich kenbaar maakte? Dat detail zal waarschijnlijk niet tot in zijn relaas geraken.

Terwijl Alvador begint bij het begin, werp ik van waar ik zit de rest van mijn broodje in de vuilbak – dat gaat er echt niet meer in als ik dit verhaal nog eens moet aanhoren.
“Dus, in Akkenburg woonde er een groot gezin met zes kinderen …”
“Waren het er gisteren geen vijf: twee meisjes en drie jongens?” merkt Milly op.
“Jeeeeezus Milly, ik was er net zo van aan het genieten dat je eens een middagje je bek hield!” sneert Alvador terug. Milly steekt alleen maar haar tong uit als respons.
“Hoeveel kinderen er dan ook waren, de vader des huizes vond het er blijkbaar een aantal te veel. Dus op een nacht – de man was een dokter, moet je weten – drogeert hij alle gezinsleden met anti-psychosepilletjes tijdens het avondeten, wacht hij tot ze allemaal in bed liggen en dan …”
“Mijnheer Tom Alvador, weer grote verhalen aan het vertellen, hoor ik?” word hij op het hoogtepunt bruusk onderbroken.
De rector – een mager mannetje die alleen maar grijze kostuums en grijze dassen in zijn bezit heeft en helaas nog lang niet aan zijn pensioen zit – was geruisloos achter Alvador verschenen.
We trekken allemaal meelevende grimassen, maar niemand protesteert wanneer de rector Alvador meeneemt naar zijn bureau en het verhaal onafgemaakt in de lucht van de schoolkantine blijft hangen.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s