Uncategorized

Interview Kelly Van Der Laan – Deel 1

img_2200Ik vind het altijd fijn om de auteur achter het boek te leren kennen, en nog leuker om de persoon achter de auteur te leren kennen. Vandaar dook ik in mijn vragendoos en schotelde ik Kelly Van Der Laan – gekend van de Lentagon-trilogie die momenteel uit Stof & Schitteringen en Bloed & Scherven bestaat – enkele vraagjes voor. Hierbij alvast het eerste deel van haar superleuke antwoorden!
1. Hoe ziet jouw standaard schrijfsituatie/schrijfdagje eruit?

– Ik schrijf meestal ‘s avonds, achter mijn computer. Cola zero of thee bij de hand, Spotify met mijn playlists aan, en schrijven maar! Soms heb ik een hele dag om te schrijven en dan doe ik mijn best om er zo gauw mogelijk aan te gaan zitten, maar voor het middaguur komt er maar heel zelden iets bruikbaars uit mijn toetsenbord. Ze zeggen wel dat je het beste ‘s morgens vroeg of ‘s avonds heel laat kan gaan schrijven omdat dan je emotionele verdedigingsmuren lager zijn en je dus een directer lijntje hebt met je hart en je emoties, maar dat ochtend schrijven is niet mijn forte. Ik ben een avondmens!

2. Ik vind dat je heel goed bent in het verzinnen van leuke fantasynamen voor meren, steden, landen … Hoe pak je dit aan?

– Oh, dank je wel! Ik weet niet zo goed waar ik namen vandaan haal. Als ik denk aan een plek, of een persoon, of een land, dan heeft het ding wat ik een naam wil geven al heel vaak een gevoel of een klank. “Klinkt als…” en daar ga ik dan de meest goed-passende naam op baseren, wat het beste past bij die klank die ik in mijn hoofd heb zitten. Maar sóms… soms zijn plekken in mijn verhalen ronduit cameo’s van mensen die ik ken, of van liedjes. De stad Zyx is vernoemd naar een liedje van Stone Sour “Zzyxx Rd.”, en de rivier die door Zyx stroomt, de Lethe, heb ik vernoemd naar de internet handle van mijn vriendin en schrijfmaatje Brenda. En de stad Haen (met zijn kristalmijn) die héél kort benoemd is in “Bloed en Scherven”, en een locatie gaat zijn in boek 3, is vernoemd naar Anaïd Haen, de organisator van Fantastels Verhalenwedstrijd. Zij en mijn redactrice Cocky van Dijk hebben me ontzettend gesteund in mijn weg naar publicatie, dus die vernoeming is een bedankje.
218939653. Als je één personage uit een ander boek/film in jouw wereld mocht droppen om de Lentagon te bewaken – wie zou je dan kiezen?
– Hier heb ik lang over moeten nadenken… want je wil iemand die heldhaftig en krachtig is, maar ook verleidingen van macht kan weerstaan. Ik ben uiteindelijk op Faramir uitgekomen, uit Lord of the Rings. In tegenstelling tot zijn broer Boromir was hij puur genoeg om de verleiding van de Ring te weerstaan. Mijn man suggereerde Frodo ook nog. Toen ik tegenwierp dat Frodo eigenlijk die verlokking van de Ring niet goed kon weerstaan en het uiteindelijk Sam was die de wereld redde op dat laatste moment, besloten we om ze samen te groeperen. Ze hebben tenslotte die Ring wel de halve wereld overgesleept, Mordor en Mount Doom in. Dus ze houden het in ieder geval een hele lange tijd vol.
4. Wat is jouw mening over het ‘regeltje’ om niets te herlezen terwijl je je first draft schrijft?
– Ik snap hem, maar ik ben er niet zo goed in. Ik probeer over het algemeen wel een first draft op papier te hebben voordat ik terugga om te herlezen, maar als ik er even ‘uit’ ben geweest en een paar dagen (weken?) niet geschreven heb, moet ik toch de boel weer doorlezen om weer in de stemming van het verhaal te komen. En mocht het dan pure bagger zijn, of niet kloppen, dan wordt het toch tijd om te herschrijven. Soms laat ik het dan nog even liggen, schrijf ik op waar het aan schort en ga ik verder, en soms pas ik het ter plekke aan. Het hangt er een beetje van af in hoeverre het mis is met het verhaal. Soms is het kwestie van een scene anders laten lopen, en soms kan je zo’n 20.000 woorden linea recta door het toilet spoelen. *sob*
5. Wat mogen we na de Lentagon-trilogie van je verwachten – iets helemaal anders, iets in dezelfde trant …?
– Er is nog een prequel in de planning met de werktitel “Vuur en Vergankelijkheid”, die zich zeventig jaar vóór de Lentagon serie afspeelt en gaat over opa en oma Lentan en het uitbreken van de eerste Parsiaanse/Jediaanse oorlog. Verder heb ik met mijn schrijfvriendin Corina een plotidee voor een collaboratieproject van een verhaal wat zich in deze wereld afspeelt en niet precies scifi of fantasy is, en een wat meer high fantasy-achtig idee waar ik een trilogie van zou willen maken. Maar voorlopig is dat nog toekomstmuziek hoor… wellicht krijg ik in de tussentijd een waanzinnige ingeving die veel leuker is. Ik wil me eerst even focussen op “Talent en Terreur”, dat heeft de prioriteit.
6. Vind je het moeilijk om personages te laten sterven?25326462
– Ja en nee. Nee, want soms hoort het zo, is het goed zo, en is de emotionele payoff ernaar en kán het gewoon niet anders. Ik heb het gedaan, vrij vaak zelfs, maar het is niet gemakkelijk… want als je een tijdje zo heftig meeleeft met je personages, dan houd je van ze en dan zijn het je kinderen. Dus als ik het doe dan zit ik te huilen als een ontroostbaar klein meisje achter mijn computerscherm. Het komt echt keihard aan.
7. Welk boek heeft jou echt geïnspireerd als auteur, als lezer?
– Dat is heel moeilijk om te beantwoorden. Als ik mijn verhalen lees, dan weet ik precies in welke boekenseries of films of series of verhalen ik leentjebuur gespeeld heb. Dát is een stukje ‘Wheel of Time’, dát is Final Fantasy, dát komt uit ‘The 100’, en dát komt uit Dragonball Z. (Ik ga niet zeggen wat waaruit komt, dat mag je lekker zelf ontdekken, hihi). Muziek is bij mij de allerbelangrijkste inspiratiebron, songteksten en stukken van liedjes. Maar als ik echt een auteur zou moeten noemen, dan zouden het waarschijnlijk George R. R. Martin zijn, omdat hij me genuanceerde personages voorschotelden waarbij niemand werkelijk goed of slecht was, maar iedereen gewoon zo ontzettend ménselijk met al hun fouten, en vooroordelen, en uitgangspunten waardoor ze naar de wereld kijken… en Brandon Sanderson, omdat zijn Mistborn serie (en alles wat erna kwam) me vertelden dat kijk, dít is hoe het moet, dít is een plot dat een plan had met een begin-midden-einde, een opbouw, details, en verder perfect uitgevoerd is. Ik weet nog heel goed dat ik die serie uithad en zoiets had van: “Let’s do this!” en ik het verhaal wat later het eerste hoofdstuk van “Stof en Schitteringen” zou worden uitmailde naar een verhalenmagazine. Ik was echt geinspireerd geraakt om het te dóén.
Het tweede deel van dit interview komt volgende week online, stay tuned en lees intussen ook mijn recensies van Stof & Schitteringen en Bloed & Scherven even – ik wed dat je daarna meteen naar bol.com racet om de boeken te kopen 😀 
thanks
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s